HET VEERHUIS  praktijk voor LevensZin

Het sprookje van de eendagsvlinder

Als rups had de eendagsvlinder de Camelia als lievelingsplant. Oh, wat was de rups dol op de blaadjes van de Camelia. De tuinman werd echt tureluurs van de rups. De rups at zijn buikje vol en het plantje bijna leeg.

Toen was de dag aangebroken dat de eendagsvlinder uit de pop zou kruipen. De eendagsvlinder pompte zijn vleugeltjes op en vloog weg, weg van de Camelia.

Wat was het een mooie dag. De zon scheen dat het een lieve lust was. Er was zoveel te zien. De eendagsvlinder had een echte fladdervlucht over zich. Zigzaggend bekeek de eendagsvlinder alle bloeiende struiken in de prachtige tuin onder zich. Hij zag een Magnolia, een Rododendron, een Azalea, een roze Weigelia en een witte Brem. Alles in volle bloei. Alles behalve de Camelia.

De zon scheen volop, dus de eendagsvlinder bleef hopen op één bloeiende knop. Zijn vlucht eindigde altijd op het blad van de Camelia vlakbij de knop die op uitbarsten stond.

De dag was nog niet halfweg of de eendagsvlinder zag een andere eendagsvlinder. Ze was zo mooi gekleurd en zo zacht. Wat kon ze geweldig uitdagend vliegen. De eendagsvlinder maakte een baltsvlucht in de volle overtuiging dat het vrouwtje voor hem zou vallen. Het moest en zou de dag van zijn leven worden.

De eendagsvlinder beëindigde zijn vlucht en ging op een takje van de Camelia zitten. En ja hoor, het vrouwtje kroop op hem. Meestal is het andersom, maar dit vrouwtje had iets avontuurlijks over zich. Oef, wat was het fijn op het takje van de Cameliaplant. Het deed er ineens niet meer toe dat de knop nog steeds niet open was.

Het vrouwtje vloog even uitdagend weer weg. De eendagsvlinder ging stuntvliegen. De dag was nog lang niet om. Het moest en zou een hele mooie dag worden. De eendagsvlinder vloog over paden, over de Taxusblokken, over het gras en over het grint. Hij vloog over de Zeedennen en over de Pruikenboom. Zijn vlucht eindigde altijd weer op de Cameliaplant. Nog steeds was alleen een knopje te zien.

Ach, je kunt op een dag ook als eendagsvlinder niet alles hebben. Deze dag was toch echt bijna perfect. De eendagsvlinder zag de zon langzaam onder gaan. Zou hij het rustiger aandoen om krachten te sparen. Het zou toch mogelijk moeten zijn om twee dagen te leven. “Nee”, dacht de eendagsvlinder. “Deze dag is mij gegeven en met deze dag moet ik het doen.”

En weer ging de eendagsvlinder op pad. Hij nam een forse teug van de nectar van een licht beschadigd appeltje dat al een tijdje op de grond had gelegen.

Wat een dag, wat een leven.

Aan het einde van de dag ging de eendagsvlinder liggen op een tak van de Camelia. Moe maar voldaan sloot hij zijn ogen. Nog een keertje gingen zijn ogen open. De Camelia had niet gebloeid. De dag was evengoed heel mooi geweest.

De nacht brak aan en er kwam weer een nieuwe dag. De zon scheen volop en de Cameliaknop sprong open. De bloem was van een prachtige kleur rood.

Toen gebeurde iets wat eigenlijk nooit gebeurt. De eendagsvlinder deed heel traag zijn oogjes open. Hij zag de bloem en was intens gelukkig. “I am blessed”, dacht de eendagsvlinder. En dat was hij.

De eendagsvlinder nam nog één teugje van de meeldraden van de bloem van de Camelia.

Verzaligd vloog de eendagsvlinder naar de zon, voor altijd.

Foto: Remko de Waal